Veel gestelde vragen

Huishoudelijke zorg, bepaalde hulpmiddelen (bijvoorbeeld een traplift) en andere vormen van ondersteuning (aanpassingen in en rondom huis) vraagt u aan bij het ’WMO-loket’ van de gemeente. De gemeente heeft nadere informatie nodig van de aanvrager om toestemming te kunnen geven. Dat gebeurt door middel van het zogenoemde ‘keukentafelgesprek’.
– Dat kan bij de helpdesk WMO tel. 0800 0643.
– De gemeente heeft vaak nadere informatie nodig……

Zo’n keukentafelgesprek is geen gezellig gesprek aan de keukentafel maar een zakelijk gesprek over de benodigde hulp. De aanvrager van deze hulp heeft een gesprek met een ambtenaar van de gemeente of met een door de gemeente aangewezen hulpverlener. Samen met de aanvrager bespreekt deze de vraag voor ondersteuning. Het gesprek heeft als doel om naar oplossingen te zoeken die passen bij de hulpvrager.

Welke onderwerpen komen er aan de orde?

Eerst wordt besproken hoe het dagelijkse leven van de aanvrager eruit ziet en wat precies de hulpvraag is. Het gesprek gaat over de belemmeringen die de aanvrager tegenkomt in het dagelijks leven en wat deze hier zelf nog aan kan doen, wat door familie, vrienden en bestaande buurtvoorzieningen kan worden bijgedragen en wat door een professional overgenomen moet worden. De volgende stap is een oplossing te vinden die passend is voor de aanvrager.

In sommige gevallen gaat het gesprek over meer terreinen van het leven, zoals dag invulling, inkomen, wat voor netwerk iemand heeft en welke buurtcontacten er zijn.

Hoe kunt u zich voorbereiden op een keukentafel gesprek?

Het is heel belangrijk om u goed voor te bereiden op het gesprek! Het gesprek is bepalend voor de zorg en ondersteuning die geboden gaat worden. Het is daarom aan te raden om zelf ook aantekeningen te maken en te vragen om een schriftelijk verslag van het gesprek.

Wie kan aanwezig zijn bij het gesprek?

De aanvrager van hulp mag anderen vragen om aanwezig te zijn bij het gesprek, bijvoorbeeld zijn of haar mantelzorger, familieleden of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
(versie augustus 2020)

Persoonlijke verzorging wordt meestal door een verzorgende gegeven. U kunt denken aan hulp bij wassen/douchen, aan- en uitkleden. De wijkverpleegkundige voert verpleegtechnische handelingen uit (injectie, zwachtelen, wondverzorging), biedt hulp bij medicijngebruik of geeft advies en begeleiding thuis bij uw gezondheidsproblemen De verzorgende en de wijkverpleegkundige werken samen in een wijkteam.

De wijkverpleegkundige onderzoekt samen met u welke hulpvraag u precies heeft en welke zorg u nodig heeft en wie dat gaat leveren. In een intakegesprek zal aan de orde komen hoe dit precies vormgegeven gaat worden en wat familie en mantelzorgers mogelijk (kunnen) doen om u te ondersteunen. De wijkverpleegkundige maakt afspraken over de tijdstippen en de duur van de zorg, die u nodig heeft. Zij houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met uw wensen. Er wordt ook gekeken of er hulpmiddelen kunnen worden ingezet waardoor u met minder zorg toch zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven.

Naast de reguliere zorg van de wijkverpleegkundige kunt u op aanvraag van uw huisarts of wijkverpleegkundige ook extra zorg krijgen van gespecialiseerde verpleegkundigen. Bijvoorbeeld van het team Gespecialiseerde Verpleging Thuiszorgtechnologie (GVT), van Waakzorg (voor hulp ’s nachts), van een casemanager dementie of van een verpleegkundige palliatieve zorg.

Met wie neemt u contact op?

Als u deze hulp nodig heeft neemt u contact op een van onze preferente thuiszorgteams om een afspraak te maken bij u thuis. Zie voor namen en telefoonnummers onze informatiekaart.

Wat kost deze hulp?

U betaalt geen eigen bijdrage voor deze zorg (het valt onder de zorgverzekeringswet). Voor mensen met een indicatie van de WLZ (wet langdurige zorg) gelden andere regels (zie aldaar).

Zorg na ziekenhuisopname

Voor ontslag uit het ziekenhuis voert een transferverpleegkundige vaak een gesprek met u. In dat gesprek kunt u (samen met een familielid of mantelzorger) kenbaar maken welke hulp en hulpmiddelen u thuis denkt nodig te hebben. De transferverpleegkundige kan hier ook zelf advies over geven. De transferverpleegkundige zal dit vervolgens afstemmen met het thuiszorgteam van uw keuze.
U kunt de transferverpleegkundige vragen contact op te nemen met een van onze twee buurtteams. (Voor leden: zie de informatiekaart)

Revalidatie

Als u na ontslag uit het ziekenhuis nog verder moet revalideren zijn er twee mogelijkheden:

1. U kunt naar huis. De transferverpleegkundige zal in overleg met de (revalidatie)arts en met u bekijken of u bijvoorbeeld zelfstandig in en uit bed kunt komen en zelfstandig gebruik kunt maken van het toilet. Als dit allemaal het geval is zult u doorgaans uw verdere revalidatie thuis ontvangen van een fysiotherapeut en/of een ergotherapeut.

2. U komt in aanmerking voor tijdelijke opname voor (geriatrische) revalidatie zorg. Of dit het geval is wordt bepaald door de (revalidatie)arts, eventueel in overleg met de specialist ouderengeneeskunde. Deze zorg wordt gefinancierd vanuit de zorgverzekeringswet.
(versie augustus 2020)

Eerstelijnsverblijf (ELV) is een medisch noodzakelijk kortdurend verblijf van minimaal 24 uur en doorgaans maximaal 3 maanden. Veel verzorgings- en verpleeghuizen hebben een aparte afdeling voor eerstelijnsverblijf. Opname in een ELV is bedoeld voor kwetsbare mensen die tijdelijk niet meer of nog niet verantwoord in hun eigen woonomgeving kunnen
verblijven, maar waarvoor geen opname in een ziekenhuis of andere zorginstelling met medisch specialistische behandeling noodzakelijk is. Per 1 januari 2017 wordt dit gefinancierd vanuit de zorgverzekeringswet.

De indicatie voor deze tijdelijke opname wordt gesteld door de transferverpleegkundige in overleg met uw behandelend specialist (bij ontslag uit het ziekenhuis) en door uw huisarts (als u thuis verblijft), zo nodig in overleg met een specialist ouderengeneeskunde.

De medische zorg wordt, afhankelijk van de complexiteit van de zorgvraag, geleverd door de huisarts en de wijkverpleegkundige (zo nodig hulp van een fysiotherapeut), of door een specialist ouderengeneeskunde.
(versie augustus 2020)

Respijtzorg
Als uw werk als mantelzorger (tijdelijk) te zwaar wordt en u dit niet kunt delen met of overdragen aan familie en vrienden bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van respijtzorg. Respijtzorg is de mogelijkheid om de zorg tijdelijk, gedeeltelijk of volledig over te dragen aan anderen: vrijwilligers of professionals. Het delen van zorg(en) in het ‘zorgen voor’ of ‘het zorgen maken om iemand’ kan een hele zorg minder zijn voor een mantelzorger. Zorgt u (intensief) voor iemand anders dan kan het prettig zijn wanneer u tijdelijk deze zorg kunt overdragen, zodat u even tijd heeft voor uzelf. Onderzoek heeft bevestigd dat het belangrijk is voor mantelzorgers om tijd te hebben voor bijvoorbeeld andere gezinsleden, vrienden, werk en/of hobby’s om dreigende overbelasting te voorkomen.
Het samen delen van de zorg voor uw partner, familielid of vriend kan een hele steun in de rug zijn. Dit kan gaan om een paar uur hulp in de week of bijvoorbeeld een gehele week als u met vakantie bent. U kunt een deel van de zorg dus (tijdelijk) overdragen aan vrijwilligers of beroepskrachten. In Amsterdam zijn diverse vrijwilligersorganisaties actief, die steun kunnen bieden. Bijvoorbeeld Voor Elkaar in Zuid (www.voorelkaarinzuid.nl) of Puur Zuid (www.puurzuid.nl). U kunt ook direct contact opnemen met de mantelzorgconsulent: mantelzorg@puurzuid.nl of 020 2359490.
Mogelijkheden voor ondersteuning thuis zijn:

    • Een vrijwilliger die een paar uur gezelschap biedt aan uw partner of ouders zodat u even de deur uit kan.
    • Een verzorgende of verpleegkundige die enkele zorgmomenten overneemt als uw partner fysiek hulp nodig heeft (als een deel van de zorg door beroepskrachten wordt overgenomen, heeft u daarvoor wel een indicatie nodig).
    • Het zorgen voor een partner met dementie is heel intensief omdat u 24 uur per dag aan het zorgen bent. Een casemanager dementie kan u ondersteuning bieden en u de weg wijzen naar verschillende soorten ondersteuning.
     
    • Logeeropvang (kortdurend verblijf) als de mantelzorg tijdelijk wegvalt door bijvoorbeeld een ziekenhuisopname of een noodzakelijke vakantie. De aanvraag hiervoor loopt via de gemeente (WMO). De financiering is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden.

Professionele respijtzorg kan worden vergoed door de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar. Voor mensen met een WLZ (wet langdurige zorg) indicatie gelden weer andere regels.
(versie augustus 2020)

Bij de Vegro Zorgwinkel kunt u terecht wanneer u voor een korte of langere periode een hulpmiddel nodig heeft. Het betreft uitleen, verhuur of verkoop van hulpmiddelen. De basisverzekering geeft u recht op gratis lenen van een aantal hulpmiddelen met een maximum van een half jaar. Binnen dit assortiment vallen onder andere bedverhogers, een douchestoel of een hoog-laagbed. Wanneer u het product langer dan een half jaar nodig heeft, kunt u overgaan tot huur of aanschaf van het product.

Naast de gratis uitleen is er ook een verhuurassortiment. Deze hulpmiddelen kunt u voor tijdelijk gebruik huren. Hierbij kunt u denken aan het huren van krukken, een rollator etc. De Zorgwinkel waar u heen kunt gaan is gevestigd in de Bilderdijkstraat 132.

Bent u niet in de gelegenheid om naar de winkel te komen? De uitleenwinkel levert ook hulpmiddelen gratis bij u thuis. Voor meer informatie kunt u terecht bij de klantenservice 0800-2887766 (gratis). Of kijk op: www.Cordaan Thuiszorg/Zorgwinkel

Voor aanpassingen in en rondom het huis of voor het aanvragen van andere dan de hierboven genoemde voorzieningen moet u zich eerst wenden tot de gemeente (WMO loket). De hulp van de gemeente bestaat uit individuele vervoersvoorzieningen (zoals rolstoel, elektrische rolstoel, scootmobiel, driewielfiets, tillift, en verrijdbare douchestoel) of losse woonvoorzieningen in huis (zoals het weghalen van drempels, het verbreden van deuren of het plaatsen van een traplift).

Voor meer informatie:
bel de WMO Helpdesk 0800 0643.Voor deze voorzieningen geldt een eigen bijdrage. Per voorziening verschilt het bedrag. Zie ook: www.amsterdam.nl/eigen-bijdrage/

Heeft u nog vragen? Neem contact op met onze zorgadviseur Floor van Hellenberg Hubar. E-mail: zorgadviseur@zorgsaamzuid.nl, telefoon 06 1192 0225 (ma t/m do 10-16 uur)
(versie augustus 2020)


Als u moeite krijgt met het zelf uitvoeren van huishoudelijke taken, is het raadzaam om eerst goed na te gaan wat u echt zelf nog kunt doen of wat u met anderen uit uw omgeving kunt regelen. Ook voorzieningen in de wijk kunnen u daarbij soms helpen (Voor elkaar in Zuid, maaltijdvoorziening). Voor het vragen van hulp bij huishoudelijke taken die u niet zelf kunt regelen bestaan er verschillende mogelijkheden.

WMO-loket
1. U kunt huishoudelijke hulp aanvragen bij de WMO helpdesk, van de gemeente Amsterdam: T 0800-0643
Een medewerker van deze Helpdesk stelt u een aantal vragen om in te schatten of u in aanmerking komt voor hulp. Zo ja, dan wordt u verwezen naar één van de thuiszorgaanbieders in Amsterdam. Een medewerker bekijkt dan samen met u welke hulp u nodig hebt om uw huis schoon en leefbaar te houden en bepaalt ook het aantal uren hulp per week.

Cordaan
2. U kunt ook direct een aanvraag indienen bij onze samenwerkingspartner Cordaan Thuisdiensten. De gemeente Amsterdam heeft dat speciaal met Cordaan zo afgesproken. Dat kan telefonisch (020) 258 35 00 of online via www.cordaanthuisdiensten.nl.
Een medewerker van Cordaan bepaalt samen met u welke hulp u nodig hebt en voor hoeveel uur per week. Meestal is dit maximaal 2 uur per week. Na ongeveer twee weken ontvangt u een schriftelijke bevestiging van dit intake gesprek. In dit bericht staan één of meer van de volgende onderdelen beschreven:
– wat u nog zelf kunt doen in uw huishouden,
– waar familieleden, buren of vrienden u bij kunnen helpen,
– van welke hulp in de buurt u gebruik kunt maken, zoals een boodschappendienst of een maaltijdservice,
– welke hulp u krijgt voor de huishoudelijke taken die u echt niet meer zelf kunt doen of kunt regelen met uw omgeving.

Eigen bijdrage
4. Als u recht hebt op hulp in de huishouding, dan moet u hiervoor wel een eigen bijdrage betalen. De eigen bijdrage voor 2020 is maximaal 19 euro per maand.
De gemeente financiert dit op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Zelf huishoudelijk hulp inhuren
5. Deze eigen bijdrage kan in een aantal gevallen best hoog zijn. Daarom is het soms goedkoper en makkelijker om zelf een huishoudelijke hulp in te schakelen en te betalen. Dat kan op één van de volgende manieren:
Aan mensen in uw omgeving vragen wie goede ervaring heeft met een particuliere huishoudelijke hulp en deze zelf ook inschakelen en zelf betalen.
U kunt ook iemand inhuren via bepaalde organisaties, zoals bijvoorbeeld PoetsStudent: www.poetsstudent.nl
Voor meer praktische informatie over al deze verschillende mogelijkheden kunt u contact opnemen met onze zorgadviseur Floor van Hellenberg Hubar.
(versie augustus 2020)

U woont zelfstandig. U komt te vallen of wordt plotseling onwel. Als u dan niet meer kunt bellen, dan kunt u met behulp van personen-alarmering toch iemand om hulp vragen. Dat loopt meestal via een erkende zorgcentrale, maar bij sommige alarm-aanbieders kan dat ook rechtstreeks naar een bekende van u. Ook bij brand in huis of bij een inbraak kunt u gebruik maken van deze alarmering.
Door middel van een ‘pols alarm’ (een knop met een polsbandje) of een ‘hals alarm’ (aan een kettinkje om uw hals) kunt u overal in huis van dit alarm gebruik maken. Een personen-alarm geeft een veilig gevoel, zowel voor uzelf als voor uw naasten (familie of vrienden).

Er zijn verschillende redenen om personen-alarmering aan te vragen, zoals:

– U kunt supersnel alarm slaan. Eén keer de knop indrukken is voldoende.
– Personen-alarmering werkt overal in huis en in de tuin.
– U draagt de alarmknop altijd bij u, als hals- of polszender.
– Het werkt via een vaste telefoon- of internet verbinding.
– Personen-alarmering werkt jaren met dezelfde batterij.
– U kunt direct met de medewerker van de meldcentrale praten.
– De medewerker ziet direct uw gegevens op zijn scherm.
– Er wordt niemand onnodig wakker gebeld.
– Indien noodzakelijk komt er snel iemand naar u toe.

*Waar kan ik personen-alarmering aanvragen

– In Amsterdam wordt vaak gebruik gemaakt van ‘Stichting ATA’ alarmopvolging. Na alarmering kan een medewerker van ATA naar u toekomen of iemand anders inschakelen om u verder te helpen, zoals mantelzorg, huisarts of ambulance. Voorwaarde is het aan stichting ATA in bewaring geven van een huissleutel. Stichting ATA wordt aanbevolen door de gemeente Amsterdam. Aanvragen kan via www.atapersonenalarmering.nl/home of tel. 020-5923131. De kosten variëren, afhankelijk van uw persoonlijke situatie, van ongeveer 6,50 tot 34 euro per maand.

– Een andere mogelijkheid is ‘Seniorenalarmering’. Dat kost eenmalig 165 – 180 euro. Dan alarmeert u niet een meldkamer, maar rechtstreeks één van de mensen, die u zelf hebt uitgekozen (maximaal 5). Het telefoonnummer is 0228596640 in Andijk. De personen die u uitkiest moeten elk een sleutel van uw huis hebben.

– Er zijn in Amsterdam diverse (thuiszorg)organisaties, die een vorm van personenalarmering aanbieden. Onze Zorgadviseur kan u helpen bij het maken van een voor u geschikte keuze.

Worden de kosten voor personen-alarmering vergoed?
Zorgverzekeraars vergoeden dit alleen als u door uw ziekte of lichamelijke beperkingen (erg) afhankelijk bent van personen-alarmering. De zorgverzekeraar hanteert daarbij een aantal eigen criteria.
Het is belangrijk om u te realiseren dat het er niet om gaat wat u of uw huisarts vindt. De zorgverzekeraar beslist.
(versie augustus 2020)

Wat is ergotherapie?
Een Ergotherapeut begeleidt mensen, die vanwege lichamelijke of geestelijke problemen bepaalde dagelijkse activiteiten niet meer zonder hulp kunnen verrichten. Het doel van de geboden hulp is om mensen weer zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren.
Uitgangspunt voor deze ergotherapeutische begeleiding is de vraag hoe iemand op een zo prettige manier thuis kan blijven wonen en kan blijven doen wat hij/zij belangrijk vindt.

Wat doet de ergotherapeut?
Om een goed beeld te krijgen van de problemen en beperkingen van de betreffende cliënt begint de ergotherapeut met het observeren. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om problemen bij het wassen en aankleden, bij het koken, bij het traplopen of bij naar buiten gaan. De ergotherapeut bekijkt vervolgens samen met de cliënt hoe het komt dat bepaalde handelingen niet meer (goed) lukken en zal waar nodig enkele testen doen. Ook een eventuele partner wordt hierbij betrokken.
Vervolgens wordt samen met de cliënt gezocht naar een passende oplossing. Dat kan betekenen dat bepaalde activiteiten anders moeten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld zittend in plaats van staand. Vaak is het noodzakelijk om de nieuwe situatie goed te oefenen. Ook hulpmiddelen kunnen hierbij zinvol zijn. Te denken valt aan een douchestoel, een rollator of aangepast keukengerei. Daarnaast kunnen aanpassingen in huis noodzakelijk zijn, zoals beugels, een hogere WC pot, een traplift of het verwijderen van drempels.

Hoe vraag ik ergotherapie aan?
U kunt zelf een afspraak maken met een ergotherapeut. Ook de huisarts of de wijkverpleegkundige kan u verwijzen. De ergotherapeut komt bij u thuis voor de intake en maakt samen met u een behandelplan.
Ergotherapie wordt voor 10 uur per jaar vergoed uit de basisverzekering. Een eventuele aanvullende vergoeding is soms mogelijk uit de aanvullende verzekering. De ergotherapeut kan u ook adviseren over de aanvraag en financiering van hulpmiddelen en aanpassingen in huis.
(versie augustus 2020)

1. Lokaal vervoer met Aanvullend openbaar vervoer (AOV)

Als u ouder bent dan 75 jaar, of een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking heeft en niet zelfstandig kunt reizen, dan kunt u gebruik maken van Aanvullend openbaar vervoer

Voorwaarde is ook dat u in Amsterdam woont – daar staat ingeschreven – en geen andere hulp heeft van de gemeente bij het reizen. U kunt hiervoor een aanvraag indienen (zie website hieronder).

Afhankelijk van uw persoonlijke situatie krijgt u een vervoerspas voor een van de twee vervoerders waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten:

  • U reist met RMC als u een vervoerspas hebt voor het Beschermd vervoer of het Deur tot deur samen reizend vervoer.
  • U reist met Transvision als u een vervoerspas hebt voor het Deur tot deur Plus vervoer of het Kamer tot kamer vervoer.

Bedrag van de rit vooraf bekend

De vervoerder vertelt u vooraf hoeveel u moet betalen voor de reis. De reisafstand wordt bepaald door de kortste afstand op een routeplanner. Iedereen met Aanvullend openbaar vervoer betaalt hetzelfde tarief. De bedragen voor een rit zijn even hoog als in het gewone openbaar vervoer. Er bestaat geen reductietarief in het Aanvullend openbaar vervoer (u kunt dus geen korting voor 65-plussers krijgen).
Voor elke rit betaalt u een vast opstaptarief en een bedrag per kilometer (tarief 2020):

• Het opstaptarief is € 0,98 per rit.
• Per gereisde kilometer betaalt u € 0,17.

U kunt een vervoerspas voor aanvullend openbaar vervoer aanvragen bij de WMO helpdesk: T 08000643 of via de website (zie hieronder).

Kijk voor meer informatie: www.amsterdam.nl/zorg-ondersteuning/aov/vervoer/

2. Valys voor uitstapjes buiten de eigen regio
Naast het lokale vervoer bestaat er nog een andere mogelijkheid om te reizen, van deur tot deur of met taxi & trein.
Valys is sociaal-recreatief vervoer buiten de regio voor reizigers met een mobiliteitsbeperking. U kunt Valys gebruiken als u verder reist dan 5 OV-zones vanaf uw woonadres. Valys kunt u gebruiken voor een bezoek aan verder weg wonende familieleden of vrienden of voor een dagje op stap. Jaarlijks krijgt u een persoonlijk kilometerbudget, het maximale aantal kilometers dat u met Valys kunt reizen. U betaalt € 0,20 per kilometer (tarief 2020). U kunt één begeleider gratis meenemen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om gebruik te maken van Valys:

  • Valys Basis, taxivervoer dat u van deur tot deur brengt.
  • Valys Begeleid, een treinreis onder volledige begeleiding. U wordt thuis opgehaald en naar het treinstation gebracht. Een assistent van Valyshelpt u bij het instappen in de trein. Tijdens de treinreis heeft u de beschikking over Valys Reismaatje, een soort telefoon, waarmee altijd bekend is waar u bent en waarmee u direct contact kunt leggen met Valys als u hulp nodig heeft. Met Valys Begeleid kunt u meer kilometers reizen met uw persoonlijk kilometerbudget dan met Valys Basis. Er zijn 31 treinstations waar hulp van Valys is bij het in- en uitstappen.
  • Valys Vrij, u wordt gebracht naar en opgehaald van het station, maar reist verder zelfstandig met de trein. U mag één gratis eigen begeleider in de trein meenemen. Bij uw aankomststation staat een taxi voor u klaar om u naar uw eindbestemming te brengen. U kunt op alle treinstations instappen, uitstappen over overstappen. Ook voor Valys Vrij geldt dat u vaker en langer kunt reizen met uw persoonlijke kilometer budget.

U kunt in aanmerking komen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget als u door medische en/of andere beperkingen niet met de trein kunt reizen. Het betreft een jaarlijks budget van 2250 km waarmee u voor € 0,20 per kilometer met de taxi buiten de regio kunt reizen. Voorwaarde blijft dat de bestemming meer dan vijf OV-zones van uw woonadres ligt. Om voor dit budget in aanmerking te kunnen komen, moet u in het bezit zijn van een Valyspas (het zogenaamde standaard persoonlijk kilometer budget).

U kunt de Valyspas aanvragen bij Valys: T 0900 – 9630 of via de website (zie hieronder). 

Kijk voor meer informatie bij: www.valys.nl

3. Taxivervoer via de zorgverzekeraar
Zorgvragers kunnen gebruik maken van de regeling voor zittend ziekenvervoer als ze onder één van de volgende vijf groepen vallen:

Patiëntenvervoer van en/of naar chemotherapie of bestraling; Patiëntenvervoer van en/of naar nierdialyse; Rolstoelgebruikers die geen aangepast vervoer hebben; Visueel gehandicapten;Mensen die voldoen aan de hardheidsclausule (hierbij wordt uitgerekend of de vervoerskosten boven een bepaald bedrag uitkomen volgens een vastgestelde formule).

U kunt overleggen met uw zorgverzekeraar of u in aanmerking komt voor een vergoeding van taxivervoer van en naar het ziekenhuis.
(versie augustus 2020)